maandag 24 juni 2013

Drie in de pan


Aan het begin van het seizoen maakte mijn trainingspartner een programma dat mij klaar maakt voor de Olympische afstand van Veenendaal. Op papier zag het programma er redelijk goed te doen uit maar in de praktijk was het programma anders, vooral zwaarder. De zwaarte van het programma werd mij enkele weken geleden pijnlijk duidelijk. Binnen 7 dagen stonden 3 triatlons op het programma.

Met de flitstriatlon van Nijkerk trapte het programma af. Als ik de verschillende leden van VZC mocht geloven is de flitstriatlon een van leukere triatlons van het seizoen. De manier van starten maakt Nijkerk leuk. Bij een reguliere triatlon start je met de hele bups tegelijk. In Nijkerk wordt daarentegen elke deelnemer met een vertraging van 10 seconde weggestuurd. Het lijkt hiermee op een tijdrit. Je weet heel de wedstrijd niet in welke positie je ligt. De laatste man of vrouw kan heel goed als eerste eindigen en de eerste als laatste. Dat maakt het leuk maar ook lastig want de enige tegenstander ben jezelf. Het advies wat ik meekreeg was rammen, wat inhoud zwemmen, fietsen en lopen voor wat je waard bent. Probleem voor mij is dat ik nog geen idee heb tot hoever ik kan gaan of waar mijn grens ligt. Na het finishen had ik lucht over en nog wat sap in de benen. Kortom, in Nijkerk bereikte ik mijn grens niet.

Dan maar proberen de grens tijdens de tweede triatlon van Huizen te bereiken. In Huizen stond weer iets nieuws op mij te wachten: namelijk het open water zwemmen. Enkele weken eerder schafte ik mij een wetsuit op de Jeroen manier aan. Wat houdt de Jeroen manier in? Nou heel simpel. 1. Je gaat het internet op en zoekt een leuk pakkie uit. 2. Je vult de maten en je gewicht in. 3. Betaalt via iPay  4. Enkele dagen later ligt het pakket bij de buurvrouw. 5. Thuis open je het pakket thuis en past de wetsuit. 6. Met de wetsuit aan buig je een paar keer door de knieën  7. Je trekt een beetje aan het pak. En als laatst hang je het pak in de kast. In Huizen trok ik dus voor het echie het pak aan en dook voor het eerst met het wetsuit het water in. Gelukkig had ik wel ervaring met het zwemmen met een wetsuit anders was ik waarschijnlijk in de problemen gekomen. Nu kwam ik niet door het pak in de problemen,  maar door de hoge golfslag. Een pittige noordoosten wind dreef de golven namelijk hoog op. Tijdens de zwemtraining leerde de trainers ons om met je hoofd goed boven water, zeg maar de waterpoloslag, te zwemmen. Hierdoor lukte het mij om het zwemonderdeel goed door te komen. Het fietsen en het lopen leverde mij niet al te veel problemen op. Bereikte ik in Huizen dan mijn grens? Nou nee. Ondanks dat ik van te voren de fiets,- en looproute op het internet had bestudeerd vergiste ik mij. Ik dacht dat de finish ergens anders lag. Pas nadat ik hard werd ingehaald en ik verbaasd over een tijdswaarnemingsmat heen liep besefte ik mij dat die mat de finish was. Door deze vergissing hield ik energie over en had ik dieper kunnen gaan. 

Dan maar vlammen in Scherpenzeel waar op dinsdag VZC weer een triatlon verzorgde. Bereikte ik tijdens deze triatlon mijn grens? Jawel, hier ben ik goed in het rood gegaan. Waarschijnlijk hadden de voorgaande twee triatlons mijn batterij redelijk aangevreten. In het begin van de wedstrijd kon ik goed van voren meekomen maar bij het fietsen en helemaal bij het lopen moest ik de verschillende deelnemers voor laten gaan. Dat is zo frustrerend!. Ik probeerde bij mijn opponent aan te haken maar het lukte mij niet. Ondanks een verwoede poging liep Jakob steeds verder op mij uit. In eerdere rondes zag ik al dat hij op mij inliep maar mijn koppigheid hield ik Jakob een rondje achter mij. De ene laatste rondes was het gebeurd. Lichtelijk gefrustreerd van deze mentale tik kwam ik over de finish.

De dagen na het afwerken de drie triatlons viel ik vaak op de bank in slaap. Conclusie: ik heb mijn grens gezien, bereikt en overschreden. 

zondag 9 juni 2013

Tegen de verwachting in


Stipt 06:15 uur verscheurt het geluid van de wekker de stilte in de slaapkamer. Gelukkig rolde ik de avond voorafgaand aan de zaterdagochtendtraining op tijd de kroeg uit. Redelijk fit stapte ik uit bed en zette de gang in naar het koffiezetapparaat. Dat is één van de eerste dingen die ik na het wakker worden doe. Ondanks dat vele mij vertelde dat koffie voor het sporten niet slim is, kan ik een bak in de ochtend niet overslaan. Roken leerde ik mijzelf jaren geleden al af, maar een goeie bak koffie in de ochtend zal ik nooit kunnen weerstaan.
Terwijl ik mijn bakkie troost dronk zag ik door het raam dat de weermannen en vrouwen er naast zaten met de weersvoorspelling. In plaats van een zonnetje, keek ik tegen een troosteloze grijze lucht aan. Dat zou nog wat worden met de hardloopwedstrijd waaraan ik die middag aan mee zou doen. Dat was een latere zorg, eerst maar naar Veenendaal voor de zwemtraining.
Buiten gekomen woei een frisse stijve bries mij om de oren. Ik nam mij direct voor om bij thuiskomst de winterjas weer uit de kast te halen. Na een uur zat het er weer op en droop ik af naar huis.
In de loop van de ochtend voelde ik dat de zwemtraining mij toch meer had gekost dan ik in eerste instantie dacht. Mijn beide benen voelde ineens aan alsof ze in het beton waren gegoten. Daar bleef het jammer genoeg niet bij, want met het verstrijken van de uren voelde ik de energie uit mijn lichaam vloeien als een ballon die heel langzaam leegliep. Normaal helpt vijf minuten op de bank slapen hiertegen maar deze keer mocht ook dat niet baten. Dan maar de normale activiteiten oppakken. Dus: even over de markt gelopen, bakkie doen bij “De Kater” en dan via de Hoogstraat weer naar huis. Ook dat mocht niet baten, de ballon was leeg en bleef leeg. Nog twee uur voor de wedstrijd…
Twee uur, ik besloot dat snotteren en mezelf zielig vinden mij niet gingen helpen. Een Hollandse schop onder mijn kont zou dat waarschijnlijk wel doen. Dik ingepakt in mijn winterjas ging ik naar Rhenen. De aanblik van vele VZC’ers deed mij al direct een stuk beter voelen. Sommige hadden al gelopen want die deden mee aan de estafetteloop. Iets opgewekter haalde ik het startnummer op en maakte ik mij klaar voor de 10 kilometer van Rhenen. Om drie uur precies klonk het startschot. Ik weet niet waarmee ze schieten in Rhenen maar het grijze wolkendek brak open en een stralende zon kwam tevoorschijn. Met het verschijnen van de zon verdwenen mijn kwaaltjes. Snel schakelde ik een versnelling hoger. De weg ging direct ophoog, ondanks deze pittige klim voelde ik mij opperbest. De Utrechtsestraatweg voerde snel het dorp uit en via de Stokweg het bos in. De omgeving waarin ik liep gaf mij nog meer energie. Hardlopen is al leuk, maar lopen in een groene omgeving met een vriendelijk zonnetje op de kop maakt het zoveel leuker. Na de Stokweg sloegen we af linksaf de Defensieweg in. Op de Defensieweg lag het  keerpunt. Door dit keerpunt kon je de eerste lopers al weer terug zien komen. Het is dan altijd leuk om een Vzc’er op kop te zien lopen. Het was Sjoerd  die het deelnemersveld aanvoerde. Deze koppositie gaf hij tijdens deze wedstrijd niet meer uit handen. Met het volgen van de Autoweg kwam ik het bos uit. De Bergweg en de Beukenlaan bracht mij weer terug in de bebouwde kom. In het centrum van Rhenen was het nog een paar keer dalen en stijgen. Met het in zicht komen van de finish liep de weg nog één keer omhoog.  Na 46 minuten en beetje kwam ik over de streep. Dat was een stuk sneller dan ik ooit liep. Conclusie: een goeie schop onder de kont doet soms wonderen.